Full-HD-klasse
Ongeveer twee miljoen pixels per beeld. Kan voldoende zijn wanneer het te bewaken gebied beperkt is en de camera correct is geplaatst.
Meer megapixels betekent meer beeldinformatie. Maar als de verkeerde lens naar de verkeerde zone kijkt, lossen extra pixels het probleem niet op.
In dit hoofdstuk leer je hoe resolutie, brandpuntsafstand en beeldhoek samenwerken. Je ontdekt ook het verschil tussen vaste, varifocale en gemotoriseerde lenzen.
Beeldkwaliteit begint bij een combinatie van sensor, resolutie, lens en montagepositie.
Je begrijpt wat pixels en megapixels vertellen.
Je begrijpt wat de millimeterwaarde van een lens betekent.
Je begrijpt waarom breed en ver twee verschillende doelen zijn.
Je kent het verschil tussen fixed, varifocal en motorized.
Een digitaal camerabeeld bestaat uit zeer veel kleine beeldpunten: pixels.
Hoe meer pixels de sensor in het uiteindelijke beeld gebruikt, hoe meer digitale beeldinformatie beschikbaar kan zijn.
Eén megapixel betekent ongeveer één miljoen pixels. Maar het aantal megapixels vertelt niet op zichzelf hoe goed een camera een persoon of object zal herkennen.
Ongeveer twee miljoen pixels per beeld. Kan voldoende zijn wanneer het te bewaken gebied beperkt is en de camera correct is geplaatst.
Meer pixels kunnen meer detail leveren binnen dezelfde beeldhoek, mits lens, sensor, licht en instellingen dit ondersteunen.
4K UHD komt ongeveer overeen met 8,3 miljoen beeldpixels. Dat biedt veel informatie, maar vraagt ook meer bandbreedte en opslag.
Sensorformaat, lichtgevoeligheid, lens, compressie, bitrate en montage beïnvloeden eveneens het uiteindelijke beeld.
Een camera kan veel pixels hebben, maar wanneer het onderwerp maar een klein stukje van het totale beeld inneemt, blijven er relatief weinig pixels voor dat onderwerp over.
Daarom zijn beeldhoek, afstand tot het onderwerp en lenskeuze minstens zo belangrijk als de resolutie.
De millimeterwaarde van een lens verwijst naar de brandpuntsafstand.
Bij CCTV geldt als praktisch uitgangspunt: een kortere brandpuntsafstand geeft doorgaans een bredere beeldhoek. Een langere brandpuntsafstand geeft doorgaans een smallere beeldhoek en haalt een kleiner gebied groter in beeld.
Onderstaand schema is bewust vereenvoudigd, maar toont het basisprincipe.
De exacte beeldhoek hangt ook af van de sensor en het concrete cameraontwerp. Gebruik deze waarden dus om het principe te begrijpen, niet als universele gradenmeting.
Populair wanneer een camera een relatief brede ruimte moet overzien.
Minder breed dan 2,8 mm en daardoor kan een onderwerp groter in het beeld verschijnen.
Interessant wanneer de aandacht sterker op een specifieke zone moet liggen.
Geschikt wanneer een kleiner gebied op grotere afstand belangrijker is dan breed overzicht.
Een vaste lens heeft één vaste brandpuntsafstand. Bijvoorbeeld 2,8 mm of 4 mm.
De beeldhoek kan niet optisch worden aangepast door in of uit te zoomen.
Een varifocale lens heeft een instelbaar bereik. Bijvoorbeeld van een brede naar een smallere beeldhoek.
De installateur kan tijdens de installatie de juiste uitsnede kiezen.
Bij een gemotoriseerde varifocale lens wordt de brandpuntsafstand elektronisch ingesteld.
Afhankelijk van camera en systeem kan dit via software of recorder worden bediend.
Bij optische zoom verandert de lens de beeldhoek.
Het onderwerp wordt optisch groter op de sensor weergegeven. Dit is fundamenteel anders dan achteraf een stukje van het beeld vergroten.
Bij digitale zoom wordt een bestaand deel van het digitale beeld vergroot.
Er worden hierdoor geen nieuwe details door de lens geregistreerd. Je vergroot vooral de pixels die al aanwezig zijn.
De correcte lens kies je niet vanachter een prijslijst.
Bepaal eerst de afstand, breedte van de zone, montagehoogte en het gewenste detailniveau.
Daarna kies je een brandpuntsafstand die bij die situatie past.
Overzicht, detectie, herkenning of identificatie?
Afstand, breedte, montagehoogte en relevante zone.
Breed wanneer overzicht belangrijk is. Smaller wanneer meer gericht detail nodig is.
Kijk op locatie of het onderwerp werkelijk voldoende groot en bruikbaar in beeld komt.
Een hogere cameraresolutie kan meer detail leveren, maar genereert ook meer videodata.
Daardoor kunnen netwerkbandbreedte, recordercapaciteit en opslagbehoefte stijgen.
Resolutie is dus geen geïsoleerde camerakeuze. Ze beïnvloedt de volledige CCTV-keten.
2,8 mm. 4 mm. 6 mm. Op papier zijn het slechts millimeters. Op het scherm verandert je volledige beeld.
Tijdens CCTV Micro-Learning kun je zelf verschillende beeldhoeken en resoluties vergelijken. Richt een camera, verander de zoom en kijk hoeveel detail een onderwerp werkelijk krijgt.
Wat betekent een hogere cameraresolutie?
Geeft een 2,8 mm-lens doorgaans een bredere of smallere beeldhoek dan een 12 mm-lens?
Wat is het verschil tussen een vaste en een varifocale lens?
Waarom is digitale zoom niet hetzelfde als optische zoom?
Resolutie bepaalt hoeveel digitale beeldinformatie beschikbaar kan zijn.
De lens bepaalt welk deel van de omgeving op die pixels terechtkomt.
Een kortere brandpuntsafstand geeft doorgaans een bredere beeldhoek. Een langere brandpuntsafstand geeft een smaller en meer gericht beeld.
Vaste lenzen hebben één brandpuntsafstand. Varifocale lenzen kunnen worden ingesteld. Gemotoriseerde lenzen kunnen elektronisch worden aangepast.
Nu we weten welk beeld de camera moet maken, moeten we dat beeld ook betrouwbaar transporteren. In hoofdstuk 8 bekijken we: CCTV-bekabeling.