In Module 08 wijzigden we het bestaande IPv4-adres van de computer. In deze tweede methode voegen we een extra IP-adres toe aan dezelfde netwerkadapter. Zo kan de computer meerdere IP-adressen gebruiken.
Je volgt Methode 2 uit de cursus en leert hoe je een extra IPv4-adres toevoegt aan een Windows 11-netwerkadapter.
Je leert eerst het via DHCP verkregen adres omzetten naar een vast adres met dezelfde netwerkgegevens.
Je leert via de geavanceerde TCP/IPv4-instellingen een tweede IP-adres toe te voegen.
Je gebruikt IPCONFIG /ALL voor de nodige gegevens en IPCONFIG om de uiteindelijke configuratie te controleren.
In Module 08 veranderden we het bestaande IPv4-adres van de computer naar een handmatig gekozen IP-adres.
In deze module behouden we de bestaande netwerkconfiguratie en voegen we via de geavanceerde IPv4-instellingen nog een extra IP-adres toe.
Dit is de eerste stap die de cursus voor Methode 2 voorschrijft.
Zet het via DHCP verkregen IP-adres om naar een vast (static) IP-adres. Gebruik daarbij volgens de cursus exact hetzelfde IP-adres, subnetmasker en gateway-adres. De cursus motiveert dit doordat je weet dat dit een vrij en geldig adres is.
Wanneer je het gateway-adres invult, vraagt Windows volgens de cursus ook naar de IP-adressen van de DNS-servers.
Voor deze methode is het belangrijk dat je de bestaande netwerkconfiguratie correct overneemt. De cursus vermeldt hiervoor expliciet IP-adres, subnetmasker, gateway en DNS-servers.
Volg onderstaande stappen in dezelfde volgorde als in pagina 14 en 15 van de cursus.
Neem het via DHCP verkregen IP-adres, subnetmasker en gateway-adres over en stel deze waarden als vaste netwerkconfiguratie in.
Gebruik volgens de cursus exact dezelfde waarden.
Open het DOS/CMD-venster en typ:
Gebruik de weergegeven DNS-serveradressen wanneer Windows hiernaar vraagt.
Typ in het Startmenu:
Hiermee open je het venster met de netwerkverbindingen.
Klik met de rechtermuisknop op de gewenste netwerkverbinding en selecteer Properties of Eigenschappen.
Selecteer: Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) en klik vervolgens op Properties.
Klik in de IPv4-eigenschappen op Advanced....
In de geavanceerde TCP/IP-instellingen klik je bij de IP-adressen op Add....
Vul nu het extra IP-adres en het bijhorende subnetmasker in.
De cursus geeft hier geen algemeen vast IP-adres dat voor elke installatie moet worden gebruikt. Vul dus het adres in dat voor jouw oefening of camerasysteem nodig is.
Controleer het ingevoerde IP-adres en subnetmasker en druk vervolgens op Add.
Het extra IP-adres wordt toegevoegd aan de netwerkadapter.
Na deze procedure beschikt de netwerkadapter over de bestaande vaste configuratie én het extra toegevoegde IP-adres.
De cursus sluit Methode 2 af met een controle via het DOS/CMD-venster.
De cursus geeft na de controle met IPCONFIG aan dat je vervolgens verder kunt gaan met het configureren van de IP-camera's.
DHCP-gegevens overnemen → ipconfig /all → ncpa.cpl → Properties → Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) → Properties → Advanced → Add → IP-adres + subnetmasker → Add → controle met ipconfig.
Beantwoord iedere vraag eerst zelf en klik daarna op de vraag om het juiste antwoord te bekijken.
Controleer of je Methode 2 zelfstandig kunt volgen.
Je kent nu beide Windows 11-methodes uit de cursus: een bestaand IP-adres veranderen en een extra IP-adres toevoegen. In Module 10 gaan we verder met het configureren van de IP-camera zelf, met aandacht voor IP-adres, subnetmasker, gateway, DNS, tijdinstellingen en toegang via een internetbrowser.