Binnen het lokale netwerk kunnen apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren. Wanneer een IP-systeem ook verbinding moet maken met het internet, komt de router en het adres van de standaardgateway in beeld.
In Module 03 hebben we bekeken wat nodig is voor communicatie binnen het LAN. Nu voegen we de router toe zodat we ook communicatie met het internet kunnen begrijpen.
Je begrijpt welke rol de router speelt tussen het lokale netwerk en het internet.
Je leert waarom het adres van de standaardgateway belangrijk wordt wanneer een toestel buiten het lokale netwerk moet communiceren.
Je leert IP-adres, subnetmasker en gateway samen controleren.
Voor een IP-systeem dat via de router met het internet moet communiceren, komen volgens de cursus drie netwerkvoorwaarden samen.
Elk IP-systeem binnen het LAN moet een eigen IP-adres hebben.
Binnen onze oefeningen gebruiken de systemen hetzelfde subnetmasker: 255.255.255.0.
Voor communicatie richting internet wordt bij de systemen hetzelfde standaardgateway-adres ingesteld: het IP-adres van de router.
Binnen deze basisopleiding gebruiken we het IP-adres van de router als standaardgateway voor de apparaten die via die router naar het internet moeten.
Een apparaat binnen het lokale netwerk heeft zijn eigen IP-adres en subnetmasker.
Wanneer dat apparaat ook met het internet moet communiceren, wordt daarnaast het adres van de standaardgateway ingesteld.
In de voorbeelden uit deze opleiding is dat het lokale IP-adres van de router.
Onderstaand schema toont de basisopbouw die we in deze opleiding gebruiken.
Verschillende apparaten kunnen elk hun eigen IP-adres hebben, terwijl ze hetzelfde subnetmasker en hetzelfde gateway-adres gebruiken.
Kijk niet alleen naar het IP-adres en subnetmasker. Controleer voor internetcommunicatie ook de gateway.
In Module 02 zagen we al dat adressen die eindigen op 1 of 254 volgens de cursus vaak voor een router worden gebruikt.
Wanneer de router binnen het lokale netwerk het adres 192.168.1.1 gebruikt, wordt dat adres in onze voorbeelden ook ingevuld als standaardgateway bij de apparaten die via deze router met het internet moeten communiceren.
Ieder IP-systeem krijgt binnen het LAN een eigen IP-adres.
In deze opleiding gebruiken we 255.255.255.0.
Voor internetcommunicatie gebruiken de apparaten het adres van de router als standaardgateway.
Beantwoord de vragen eerst zelf en klik daarna om het antwoord te bekijken.
Je bent klaar voor Module 05 wanneer je IP-adres, subnetmasker en gateway uit elkaar kunt houden.
Je weet nu welke rol de router en standaardgateway spelen wanneer een IP-systeem niet alleen binnen het lokale netwerk, maar ook richting internet moet communiceren. In de volgende module bekijken we hoe IP-adressen automatisch kunnen worden uitgedeeld met DHCP en waarom we voor CCTV-apparatuur vaak met een vast IP-adres werken.