Camera correct richten: niet te veel lucht in beeld
Een bewakingscamera wordt niet geplaatst om mooie wolken of vogels te filmen. De beschikbare beeldruimte moet vooral terechtkomen op het gebied dat je werkelijk wilt bewaken.
“Ik ben geen vogelliefhebber!”
Dit hoofdstuk gaat over een verrassend eenvoudige installatiefout: de camera staat te hoog gericht, waardoor een groot deel van het beeld uit hemel bestaat.
De oplossing in de opleiding is even eenvoudig: richt de camera meer naar beneden.
Als praktische richtlijn stelt de cursus voor om de bovenkant van het camerabeeld ongeveer te laten overeenkomen met de daken aan de horizon.
“Waarom zie ik zoveel lucht? Ik heb toch camera's laten plaatsen om mijn terrein te bewaken, niet om vogels te bekijken?”
Hoeveel van dit beeld is werkelijk nuttig?
Te veel lucht in het camerabeeld
Kijk naar de bovenste helft van het beeld.
Een groot stuk van het zichtveld wordt gebruikt voor lucht en informatie boven het terrein.
Terwijl de interessante zone voor beveiliging meestal lager in het beeld ligt.
Volgens de opleiding is de oplossing: draai de camera verder naar beneden zodat de bovenzijde van het beeld ongeveer aansluit op de daken aan de horizon.
Karen kijkt niet naar pixels, maar naar wat ze nodig heeft
Karen opent het beeld van een buitencamera rond haar woning. Technisch gezien werkt alles: de camera is online, het beeld is scherp en de recorder neemt op.
Toch is Karen niet tevreden. Een groot deel van het beeld bestaat uit lucht. De zone waar bezoekers, klanten of voertuigen passeren staat veel lager in beeld.
Voor de installateur is dat een belangrijke herinnering: een werkende camera is niet automatisch een goed gerichte camera.
De uiteindelijke vraag blijft: “Ziet Karen in haar camerabeeld wat ze voor haar veiligheid nodig heeft?”
Richt de camera verder naar beneden
Kijk naar de bovenrand
Controleer hoeveel lucht en hemel aan de bovenzijde van het camerabeeld aanwezig is.
Kantel naar beneden
Richt de camera verder richting het gebied dat daadwerkelijk bewaakt moet worden.
Gebruik de horizon
De opleiding geeft als praktische richtlijn dat de bovenzijde van het beeld ongeveer overeenkomt met de daken in de horizon.
Waarvoor dient deze camera?
Overzicht
Moet de camera een groot gebied bewaken?
Dan wil je voldoende omgeving zien, maar nog altijd vooral het relevante terrein.
Herkenning
Moet je personen of voertuigen beter kunnen herkennen?
Dan wordt de manier waarop je beschikbare beeldruimte gebruikt nog belangrijker.
Identificatie
Heb je echte details nodig?
Dan moet camera, lens, kijkhoek en afstand bij dat doel passen.
Een camera kan niet overal tegelijk detail leveren
Later in deze opleiding bekijken we DORI: Detect, Observe, Recognize en Identify. Dat hoofdstuk helpt om vooraf te bepalen welk soort informatie je op welke afstand uit het camerabeeld verwacht.
Breed beeld betekent niet automatisch beter beeld
Smal of breed: wat moet de klant kunnen zien?
Een kleine wijziging van positie kan veel veranderen
In hoofdstuk 9 zagen we al dat een camerapositie die overdag goed lijkt, 's nachts toch problemen kan geven. Ook dat is een vorm van correct richten.
Vraag jezelf niet alleen: “Staat het gebouw volledig in beeld?”
Vraag ook: “Welke delen van dit beeld hebben daadwerkelijk beveiligingswaarde?”
Zie je bovenaan vooral lucht, terwijl de relevante zone onderaan zit, richt de camera dan verder naar beneden en controleer het beeld opnieuw.
Gebruik daarbij de richtlijn uit de opleiding: laat de bovenzijde van het beeld ongeveer aansluiten op de daken in de horizon.
Vandaag goed gericht betekent niet altijd morgen vrij zicht
Camerapositie is geen eenmalige foto
Tijdens de montage kijk je naar de situatie van vandaag.
Maar later kunnen objecten in de omgeving het zichtveld beïnvloeden.
Daarom hoort een fysieke controle van het zichtveld ook bij onderhoud en periodieke controle.
Bomen & begroeiingDe elektricien kantelt de camera enkele graden
Er is geen nieuwe camera nodig. Er wordt geen resolutie veranderd en er wordt geen extra software geïnstalleerd.
De camera wordt simpelweg beter gericht op de zone die Karen werkelijk belangrijk vindt.
Het resultaat is precies waar deze opleiding om draait: eerst begrijpen wat de klant wil zien, en daarna de camera daarop afstellen.
De beste camera op de verkeerde plek of onder de verkeerde hoek blijft uiteindelijk een slechte beveiligingsoplossing.
Maar een groot deel van de beschikbare beeldruimte wordt gevuld met lucht, gevel of andere informatie die voor het beveiligingsdoel weinig betekenis heeft.
Kijk daarom niet alleen of het onderwerp “ergens” in beeld staat.
Kijk waar het onderwerp zich binnen het beeld bevindt en hoeveel bruikbaar beeld je eraan besteedt.
Zie je een groot deel lucht boven het eigenlijke beveiligingsgebied? Dan is de oplossing uit de opleiding: richt de camera meer naar beneden.
Als praktische richtlijn: laat de bovenzijde van het camerabeeld ongeveer overeenkomen met de daken aan de horizon.
En denk altijd eerst aan het doel: wat moet de klant in dit camerabeeld kunnen zien?