Om twee IP-systemen binnen hetzelfde lokale netwerk met elkaar te laten communiceren, gelden twee belangrijke basisvoorwaarden: een passend subnetmasker en unieke IP-adressen.
Je kent ondertussen de basis van een IPv4-adres. Nu bekijken we hoe we verschillende IP-systemen binnen hetzelfde lokale netwerk met elkaar laten communiceren.
Je leert het subnetmasker herkennen dat we tijdens deze basisopleiding gebruiken.
Je begrijpt waarom twee apparaten binnen hetzelfde netwerk niet hetzelfde IP-adres mogen gebruiken.
Je leert eenvoudige IP-configuraties van laptops en camera's praktisch controleren.
Om apparaten binnen dezelfde LAN-opstelling correct te configureren, houden we in deze opleiding twee belangrijke basisregels in het oog.
Binnen de oefeningen gebruiken de systemen die rechtstreeks met elkaar moeten communiceren hetzelfde subnetmasker: 255.255.255.0.
Elk IP-systeem binnen het netwerk moet een eigen IP-adres krijgen. Twee toestellen mogen dus niet hetzelfde IP-adres gebruiken.
Naast het IP-adres is het subnetmasker een belangrijke parameter in de netwerkconfiguratie.
Tijdens deze opleiding werken we voor onze praktische voorbeelden met het subnetmasker 255.255.255.0.
Je zult deze waarde onder meer tegenkomen bij het configureren van een laptop, een IP-camera, een NVR en andere netwerkapparatuur.
Het is daarom belangrijk om niet alleen naar het IP-adres te kijken, maar ook het subnetmasker te controleren.
Een handige vergelijking is die van twee huizen in dezelfde straat. Wanneer beide huizen exact hetzelfde huisnummer zouden hebben, ontstaat er verwarring over de bestemming.
Hetzelfde principe geldt binnen het netwerk: elk IP-systeem krijgt een uniek IP-adres.
Vergelijk onderstaande configuraties en controleer telkens het IP-adres en het subnetmasker.
Alleen verschillende IP-adressen instellen is niet voldoende. Controleer tijdens de configuratie altijd ook het subnetmasker.
Deze netwerkregels worden belangrijk zodra we in de praktijk een laptop via een PoE-switch met een IP-camera verbinden.
Voor de LAN-configuraties binnen deze opleiding controleren we steeds twee zaken: het subnetmasker moet overeenkomen et ieder apparaat krijgt een uniek IP-adres. In onze voorbeelden gebruiken we 255.255.255.0.
Probeer iedere vraag eerst zelf te beantwoorden. Klik daarna op de vraag om het antwoord te bekijken.
Je bent klaar voor de volgende module wanneer je onderstaande situaties kunt beoordelen.
Je begrijpt nu waarom een correcte combinatie van IP-adres en subnetmasker belangrijk is voor communicatie binnen het lokale netwerk. In de volgende module voegen we de router en standaardgateway toe en bekijken we hoe een apparaat vanuit het LAN verbinding kan maken met het internet.