In deze module voer je de vijf praktijkproeven uit de opleiding zelf uit. Je werkt met een IP-camera, PoE-switch, vast IP-adres, DHCP, internet, wifi1 en wifi2, DMSS, SmartPSS Lite en P2P.
☰ Bekijk volledige inhoudstafelPagina 20, 21 en 22 van de opleiding bevatten vijf opeenvolgende praktijkproeven. We behouden hieronder exact die structuur.
Je verbindt een laptop en IP-camera via een PoE-switch en configureert beide toestellen zodat lokale communicatie mogelijk is.
Je zet de laptop terug in DHCP, controleert internettoegang en past de cameraconfiguratie aan voor de praktijkomgeving.
Je gebruikt DMSS en SmartPSS Lite, werkt met meerdere wifi-netwerken en voegt camera's toe via hun serienummer.
Voer de oefeningen bij voorkeur in volgorde uit. Iedere test bouwt verder op netwerkkennis uit de voorgaande modules.
Je maakt eerst een lokaal CCTV-netwerk met één laptop, één PoE-switch en één nieuwe IP-camera.
Verbind de IP-camera met een PoE-poort van de PoE-switch.
De laptop wordt via een netwerkkabel aangesloten op een uplinkpoort van de PoE-switch.
Gebruik exact de waarden uit de oefening.
Open het in de opleiding opgegeven IP-adres van de camera.
Doorloop vervolgens het opstartmenu van de camera. Gebruik tijdens de praktijkles het door de docent opgegeven oefenwachtwoord.
Kies volgens de oefening een IP-adres tussen 192.168.1.100 et 192.168.1.200, maar gebruik niet 192.168.1.108.
Gebruik binnen de opgegeven oefenrange een uniek adres. Twee apparaten met hetzelfde IP-adres kunnen niet betrouwbaar naast elkaar op hetzelfde netwerk functioneren.
De camera wordt nu opgenomen in de uitgebreidere netwerkopstelling uit de opleiding.
De vaste configuratie uit Test 1 wordt niet behouden. Plaats de laptop opnieuw in DHCP.
Controleer of je met de laptop toegang tot internet hebt.
Installeer volgens de oefening de app DMSS op de smartphone en maak een account aan.
Gebruik het draadloze netwerk wifi1 zoals aangegeven in het praktijkschema.
Wijzig de netwerkconfiguratie van de IP-camera zodat je beeld op de smartphone krijgt.
De bronpagina geeft voor deze stap geen exacte nieuwe IP-, gateway- of DNS-waarden. Gebruik daarom de waarden van de praktijkomgeving.
De laptop had in Test 1 tijdelijk het vaste adres 192.168.1.50. Test 2 begint bewust met het terugplaatsen van de laptop in DHCP.
In Test 3 gaat de opleiding van één camera naar een opstelling met meerdere IP-camera's.
De opleiding vraagt om SmartPSS Lite van Dahua te downloaden en te installeren.
Gebruik voor actuele software bij voorkeur een officiële of door de fabrikant ondersteunde downloadbron.
Voeg volgens de praktijkopdracht 9 IP-camera's aan SmartPSS Lite toe.
Gebruik tijdens de opleiding het door de docent opgegeven oefenwachtwoord.
In een installatie met meerdere camera's moet iedere camera een uniek IP-adres hebben. Controleer daarom altijd het juiste toestel voordat je instellingen wijzigt.
Test 4 gebruikt de uitgebreidere netwerkopstelling met twee wifi-routers uit de originele opleiding.
Verbind de wifi van de smartphone met wifi2 en maak verbinding met de IP-camera.
Schakel de smartphone vervolgens over naar wifi1 en maak opnieuw verbinding met de IP-camera.
Noteer het SN-nummer van de IP-camera.
Activeer daarna volgens de oefening DHCP et P2P in de camera.
Voeg de camera via het serienummer toe aan zowel DMSS et SmartPSS Lite.
De praktijkopdracht vraagt om P2P te activeren. Gebruik bij echte installaties sterke unieke wachtwoorden, actuele firmware en alleen de functies die voor de installatie nodig zijn.
De laatste praktijkproef gebruikt de volledige netwerkomgeving uit pagina 22 en sluit het praktijkgedeelte af.
Controleer of je met de laptop op internet geraakt.
Voeg in de laatste oefening 10 camera's toe aan SmartPSS Lite.
Wanneer je internettoegang hebt en 10 camera's aan SmartPSS Lite hebt toegevoegd, heb je ook Test 5 uit de opleiding uitgevoerd.
Een IP-camera via een PoE-switch aansluiten.
Een laptop handmatig op 192.168.1.50/24 plaatsen.
De camera via 192.168.1.108 benaderen.
Een camera een ander uniek vast IP-adres geven.
De laptop terugplaatsen in automatische IP-configuratie.
Controleren of de netwerkroute naar internet werkt.
Camerabeeld op een smartphone gebruiken.
De camera via verschillende netwerksegmenten testen.
Meerdere IP-camera's centraal toevoegen.
Een camera via het serienummer aan software toevoegen.
Eerst configureer je een camera lokaal binnen hetzelfde subnet. Daarna herstel je DHCP en controleer je internet. Vervolgens gebruik je DMSS en SmartPSS Lite, test je wifi1 en wifi2 en activeer je uiteindelijk DHCP en P2P op de camera om deze via het serienummer toe te voegen.
De vragen volgen de waarden en opdrachten uit de vijf praktijktesten.
Open het antwoord pas nadat je de vraag zelf hebt beantwoord.
Je hebt de praktijkopstellingen uit de originele opleiding doorlopen: van één lokaal geconfigureerde IP-camera tot een omgeving met meerdere camera's, DHCP, internet, twee wifi-netwerken, DMSS, SmartPSS Lite en P2P. In Module 15 sluiten we de opleiding af met de voorbeeldconfiguraties van de NVR.